Op zondag 22 maart 2020 start om 9 uur ’s morgens de 65 kilometer van Walcheren en ik ben er bij! Inmiddels zeven weken geleden ben ik aan deze uitdaging begonnen. Wat is er in mijn trainingsschema veranderd en wat doe ik om mezelf voor te bereiden op deze té gekke uitdaging?
Long Slow Distance! Héél lang en vooral héél langzaam trainen is wat ik mezelf voorstelde bij het trainen richting een ultraloop. In de eerste trainingsweek liep ik drie duurlopen en tikte 110 kilometer aan. Ik merkte direct dat ik een andere mindset had. Genieten van mooie routes langs de kust, lopen in de groene hartslagzone en vrijwel geen spierpijn of vermoeidheid. Hier kon ik wel aan wennen! Sinds die eerste week van januari is het aantal kilometers per week niet meer onder die honderd gedoken en ik moet eerlijk bekennen dat het wel stoer voelt. Alhoewel de lange duurlopen een belangrijk onderdeel zijn in de voorbereiding richting 22 maart, loop ik ook nog elke week een tempotraining van 15 kilometer, een korte hersteltraining en op zondag een funrun waarbij ik het liefst niet eens op m’n horloge kijk en m’n benen lekker laat gaan.
Rust en regelmaat! Eerlijk is eerlijk, als je meer dan honderd kilometer in de week loopt is dat een keuze die ook consequenties heeft voor je leefstijl. ‘Een ezel stoot zich maar één keer aan dezelfde steen’!’ Zo wil ik niet weer zo vermoeid raken dat ik uitgeput op de bank plof en geen puf meer heb voor mijn grootste passie. Wat ik vooral heb geleerd is dat ik goed en voldoende moet eten. Vóór mijn trainingen zijn dat vooral maaltijden met voornamelijk koolhydraten en ná mijn trainingen vul ik mijn vocht aan met groene thee en neem ik voor mijn herstel voeding met eiwitten. Het zijn inmiddels rituelen waar ik naar uitkijk. Het liefst eet ik de avond vóór een duurloop pasta met broccoli en een stukje zalm, als ontbijt boterhammen met pure hagelslag en ná het trainen boterhammen met pindakaas. Daarnaast pak ik de nodige uurtjes slaap. Een avondje doorzakken met vriendinnen laat ik liever aan me voorbij gaan. Rust en regelmaat betekent rond de klok van tien uur naar bed zodat ik de volgende dag weer fris en vol energie m’n training kan uitvoeren.
Nog vijf weken! De laatste vijf weken van mijn voorbereiding zijn aangebroken. Het allerbelangrijkste tijdens de trainingen is het luisteren naar je lichaam, niks forceren en vooral heel blijven. In aankomende vijf weken bouw ik mijn duurloop uit tot 55 kilometer. Daarin laat ik m’n lichaam wennen aan het lange lopen en oefen ik vooral met het aanvullen van mijn voorraden door het eten van energierepen, nemen van gels en het drinken water. Naast deze specifieke trainingen voor mijn eerste ultraloop heb ik ook nog een doel op de halve marathon. Tijdens de halve marathon van Axel op 22 februari doe ik een aanval op mijn PR (1.30.58). Zou het dit jaar lukken om onder de anderhalf uur te duiken op de 21,1 kilometer? De afgelopen weken was de wind vaker m’n tegenstander dan m’n vriend en vorige week werd de Two Rivers Marathon afgelast vanwege de storm. Echt super balen, want ik was enorm gretig om het parcoursrecord van 3 uur 17 te verbreken. Helaas bleef dat alleen bij een visuele droom, want op die dag liep ik zelf de marathonafstand, niet in Zaltbommel maar in de omgeving van m’n thuishaven Middelburg. Laat die wind dus maar even gaan liggen volgende week in Axel.
De voorbereidingen voor mijn ultraloop zijn tot nu toe veelbelovend. In de duurlopen vliegen de kilometers voorbij en ik kijk naar iedere training uit. In de aankomende week zal ik vooral wat tempotrainingen inplannen in verband met de halve marathon van Axel. Daarna ligt alle focus op het uitlopen van de 65 van Walcheren.
Fijn weekend allemaal!
Liefs, Ada

Plaats een reactie