adaruns.com

Een meisje met een missie!

RUN&TRAIN: 50 km bikkelen!

Het leven van een ultraloper gaat zeker niet altijd over roosjes. Dat heb ik gisteren zelf aan den lijve ondervonden. Ik maakte een cruciale fout waardoor een prachtige duurloop een tocht werd waarin afzien en bikkelen domineerden. Wat ging er nu eigenlijk mis en hoe heb ik de laatste belangrijke test voor de 65 van Walcheren doorstaan?

Vol goede moed: Het begon allemaal heel gezellig. Met een strak blauwe lucht en een mooi voorjaarszonnetje vertrokken we voor dé laatste training voor mijn eerste ultraloop. De afgelopen dagen had ik met plezier op mijn nieuwe Nike Zoom Fly gelopen en met inmiddels 40 kilometer op die schoenen leek het me een goed idee om die deze training aan te doen. De gedachte die ik had was dat m’n nieuwe schoenen nog lekker veel demping zouden hebben. Nieuwe schoenen betekent echter ook dat ze nog niet gewend zijn aan lange duurlopen. Aangezien ik deze schoenen ook op 22 maart aan wil(de) doen, leek het me een goed idee om ze voor deze duurloop goed in te wijden.

Hete voeten: De eerste kilometers gingen over een grasstrook langs het kanaal en zorgde ervoor dat m’n mooie nieuwe schoentjes al direct onder de modder zaten. Ik had nog zo bedacht om lief voor m’n schoenen te blijven en alleen schone fietspaden te betreden. Foei!! Al vrij snel verlieten we de modderstrook en vervolgde de ronde richting Veere door de polder. Het kwaad was al geschied, maar hé, schoenen zijn gebruiksvoorwerpen en dat zijn zorgen voor later. Als we bij kilometer zestien het strand bij Vrouwenpolder opdraaien merk ik dat de onderkant van m’n schoenen door de wrijving van het zand behoorlijk warm beginnen te worden. De wind in ons gezicht en de stukken met zacht zand zorgen dat we bij Oostkapelle het strand afgaan. Terwijl we de strandovergang opgaan vraag ik m’n loopmaatje of we even kunnen stoppen zodat ik naar m’n voeten kan kijken.

Bloed!: Terwijl ik m’n schoenen uitdoe, schrik ik enorm. De blarenpleisters die ik vanmorgen uit voorzorg op m’n hielen heb geplakt zijn aan één voet verschoven en aan de andere voet compleet verdwenen. Daarnaast tref ik een bloederig tafereel. We besluiten in de strandtent een pleister te vragen. Gelukkig zijn de medewerkers bereid de verbanddoos te pakken en mij te voorzien van de nodige verzorging. Opgeven is bij kilometer 23 echt nog geen optie. Vandaag zijn we vertrokken voor een serieuze duurloop en nu stoppen zou zo een teleurstelling zijn. Ik praat de wonden aan m’n hielen goed door te zeggen dat het alleen maar kapot vel is en er geen echte blessure onder schuil gaat. De keuze is aan mij of we verder gaan en ik besluit om het nog ‘even’ te proberen.

Opgeven is geen optie: We vervolgen de route door het bos richting Domburg. De zachte ondergrond zorgt ervoor dat m’n hielen vrijwel pijnloos zijn en het branden aan de onderkant is door het koelen onder de kraan helemaal weg. Dit geeft goede moed en al kletsend vervolgen we de route. Inmiddels zitten we op 35 kilometer als we bij Westkapelle wederom besluiten om het strand op te aan. Normaal is afwisseling in ondergrond een fijne keuze. Vandaag is het strand echt niet m’n vriend. Na zo’n drie kilometer over het strand komt het brandende gevoel in m’n voetzolen weer hevig terug en besluit ik het fikkende gevoel te blussen. Dit keer geen kraantje, maar ik loop op m’n blote voeten de verkoelende zee in. Dat voelt heerlijk! Het wordt een beetje een gekke training en met nog minstens twaalf kilometer naar huis vind ik dit alles behalve lollig. Ik wrijf het zand van m’n voeten, worstel m’n voeten weer in m’n schoenen en realiseer me dat dit eigenlijk een beetje te veel van het goede is. Ik loop op m’n tandvlees en ondanks dat ik niet wil opgeven weet ik dat dit niet oké is.

Verstand op nul: De laatste tien kilometer loop ik in een waas en wens ik alleen maar dat ik heel snel thuis ben om m’n voeten de welverdiende zorg te geven. Hoe groot is de schade en wat betekent dit voor de trainingen de rest van deze week? Bij 50 kilometer zijn we nog twee straten verwijderd van m’n huis, maar het is mooi geweest voor vandaag. Tijd om deze training op te slaan en deze lijdensweg te stoppen.

Schade herstellen: Bij het uittrekken van m’n schoenen zie ik dat m’n hielen open liggen, rood gloeien en er al dik uitzetten. Dit is duidelijk niet goed! Eerst maar even douchen en het zand eraf spoelen. Als het water in m’n open wonden loopt verbijt ik de pijn. Het zijn kleine wondjes, maar doen o zoveel zijn. Met m’n herstelshake op de bank stop ik m’n voeten in een sodabadje. Een infectie is wel het laatste waar ik op zit te wachten.

De duurloop die bedoeld was als generale repetitie voor dé wedstrijd over twee weken was een zware domper. Gedachten als: ‘Had ik nu maar m’n ingelopen schoenen aangedaan!’ Had ik bij het strand van Oostkapelle m’n training maar afgebroken!’ Het is allemaal achteraf. Wat ik wel weet is dat m’n ingelopen Nike Pegasus Turbo dé wedstrijdschoenen worden. Dan maar iets minder demping. Op dit moment zit ik met twee dikke, rode en open hielen en is er een noodgedwongen pas op de plaats. Het is even niet anders. Herstellen is nu het belangrijkste.

Liefs, Ada

Plaats een reactie