Ritme is voor mij een soort toverwoord. Ik probeer op zoveel mogelijk gebieden ritmes te zoeken om voor mezelf vastigheid te krijgen. Ritme in het opstaan, ritme in voeding, ritme in werken, ritme in sporten. Ik ben ook zo iemand die een week voordat de schoolvakantie eindigt kan zeggen: ‘Goh, lekker! Dan hebben we weer ons ritme!’ Als dat ritme verstoord wordt dan merk ik dat direct en bekruipt me een onrustig gevoel. Je begrijpt dat de omslag van de social distancy, het thuiswerken, 24/7 de kids en m’n uurtjes sporten zorgde voor chaos in dat georganiseerde leventje.
Multitasken: De allergrootste omslag is op dit moment het thuiswerken. Dit betekent dat de huiskamer ineens multifunctioneel is geworden. ’s Morgens is de tafel een ontbijttafel en verandert een uurtje later in een werkruimte waar ik m’n laptop open en online aan het lesgeven en vergaderen ben. Tegelijkertijd ondersteun ik de kids met hun huiswerk die ook zo goed en zo kwaad als het gaat hun onderwijs voortzetten. We zijn allemaal zo gewend aan het volgen van een rooster dat een dag ineens één grote ruimte van tijd zonder structuur werd. De eerste week ging dus ongeveer zo: Ik zit aan tafel, ben weer afgeleid en loop naar de keuken voor een kopje thee, een kopje koffie, een koekje, werk weer verder, snij fruit, maak lunch, was de vaat af, zie het mooie weer buiten en bedenk dat het prachtig hardloopweer is (NEE, eerst werken!), zet de wasmachine aan en uit, hang de was op en dit alles in m’n huispak. CHAOS! Aan het einde van de dag heb ik m’n takenlijst wel af, maar vraag niet hoe!
Dagritme: Het ritme van naar Goes rijden, lesgeven, contact met collega’s en een rooster met vaste tijden is voorlopig nog niet terug. Snakkend naar structuur in deze nieuwe situatie heb ik een ritme gevonden waarin ik alle ballen hoog kan houden in deze bijzondere tijd. De wekker gaat iedere morgen om half 8. Dit is een uurtje later dan normaal, maar de reistijd vervalt en thuis hoef ik ook niet dress to impress m’n werk te doen. De dag start met een ontbijtje en koffie om vervolgens aan het werk te gaan. ’s Morgens ben ik het meest productief en streep ik één voor één m’n to do lijst af. Ook weer zo’n dingetje wat bij het vinden van structuur vinden past: Maak een takenlijst zodat je weet wat je wil doen die dag! Het ontbijt is rond een uur of elf gezakt en m’n concentratie daalt. Voordat ik m’n afleiding ga zoeken in de snackkast kleed ik mezelf aan in m’n hardloopoutfit en doe m’n hardlooptraining van die dag. In de maand april loop ik iedere dag in ieder geval tien kilometer en dat is dus een vaststaand onderdeel in het dagritme (Lekker hoor die structuur!). Als ik terugkom is het na het douchen lunchtijd en vervolg ik m’n werkdag. Die runbreak zorgt voor nieuwe energie waardoor ik in de middag ook weer fris aan het werk ga. Als rond vier uur de zon in de tuin schittert, klap ik m’n laptop dicht en pak nog even een uurtje vitamine D tijdens het lezen van een boek in de tuin. Dit is het moment waarop ik de werkdag afsluit en de huiskamer weer gebruik om te ontspannen op de bank.
Een nieuwe situatie zorgde voor een ander ritme. Een ritme waarin ik mijn eigen rooster kan maken en een goede balans heb gevonden in het uitvoeren van mijn werkzaamheden voor school, de kids en het lopen van mijn trainingen. Ook al mis ik een heleboel uit m’n oude leventje, kan ik met dit ritme het voorlopig goed uithouden. Stay safe!
Liefs, Ada

Plaats een reactie