Op 1 april daagde ik mezelf uit om de hele maand april iedere dag tenminste tien kilometer hard te lopen. Het is inmiddels 17 april en daarmee een mooi moment voor een update. Hoe voelen de spieren nu ik geen rustdagen meer heb? Is het elke dag een feestje om te gaan rennen? Daag ik mezelf genoeg uit om te variëren in tempo’s? Loop ik elke dag precies tien kilometer? Welke trainingen wil ik nog graag doen deze maand? Ga ik de challenge volbrengen? Kortom, genoeg te bespreken.
Spieren: Het is voor mij niet heel bijzonder om een aantal dagen achter elkaar te trainen. Voorheen, toen alles nog ‘normaal’ was, deed ik zo’n vijf looptrainingen per week. De uitdaging deze maand is dat de keuze van een rustdag er niet is. De eerste dertien dagen voelde m’n benen soepel aan. Op de veertiende dag had ik voor het eerst een training waarbij m’n spieren stram en stijf waren. Dat is natuurlijk helemaal niet zo gek als je bedenkt dat ik spontaan een marathon liep op dag dertien. Tja, meestal lig ik de dag daarna op de bank te relaxen, maar nu was ik bezig met een challenge. Dus trok ik moedig m’n loopschoenen aan en liep een herstelrondje. Vanaf die dag voelen m’n benen de uitdaging en ben ik actiever met het soepel houden van m’n spieren. Dit doe ik door regelmatig m’n benen te stretchen, met een massagestick over m’n kuiten te rollen en ik smeer m’n benen in met spierbalsem.
Moment van de dag: Mijn dagelijks rondje rennen is tot nu toe zeker een feestje. Aangezien het leven nu vooral in en om het huis plaatsvindt is het uurtje (en soms iets langer) een moment van ontspanning. De zon en de frisse lucht zorgen ervoor dat ik zowel fysiek als mentaal er iedere dag weer met gezonde energie tegen aan ga. Daarnaast vindt er geen discussie in m’n hoofd plaats óf ik ga rennen, want dat ga ik sowieso. De vraag is alleen wanneer en welke route het wordt. Inmiddels heb ik wel een ritme gevonden en train ik meestal aan het einde van de ochtend. Vrijwel iedere dag loop ik een ander rondje en geniet ik van de mooie omgeving.
Tempo’s: De meeste trainingen start ik op gevoel. De challenge is om iedere dag tien kilometer te lopen. Met dat idee vertrek ik ook iedere training. Terwijl ik aan het lopen ben merk ik na de eerste kilometers hoe de vorm van de dag is. In de eerste week liep ik een aantal trainingen op mijn beoogde marathontempo (4’30 per kilometer). Verder deed ik twee keer een fartlektraining en trainingen (tussen de 12 – 27 kilometer) op een comfortabel tempo. De uitschieter qua training is de marathon die ik op 13 april deed. Toen ik aan deze challenge begon had ik dit totaal niet in gedachten, maar dit spontane idee popte zomaar op. Exact tien kilometer is zeker niet de standaard training geworden. Vrijwel elke training overschrijd ik deze afstand. Tja, hoe dat komt? Hardlopen vind ik gewoon heel leuk en als ik eenmaal onderweg ben en m’n spieren lekker warm zijn dan geniet ik zo van de fysieke inspanning en de natuur. Het is alsof ik in een soort bubbel kom en m’n hoofd helemaal leeg is.
To do’s: Tijdens deze challenge wil ik in ieder geval nog een keer een training vóór het ontbijt lopen. De pre-breakfastrun heb ik tot nu ontweken, uitgesteld en vermeden. Als ik ’s morgens wakker word dan is het zo’n gewoonte om eerst te ontbijten. Dit doorbreken vraagt dus de nodige moed.
Hoewel de start van deze challenge een gemakkelijke opdracht leek, begin ik (en vooral m’n spieren) de uitdaging nu wel te voelen. Echter, tot nu toe heb ik nog geen moment gedacht aan opgeven. Ook vandaag schijnt het zonnetje en trek ik mijn hardloopoutfit aan. Gogogogo!
Liefs, Ada

Plaats een reactie