Zondag 1 juni gaat om 6 uur de wekker. YES! Vandaag is het zover, vandaag is het raceday! En wat was het een mooie dag. Oke, we beginnen bij het begin…
Pre-race: De voorbereiding heb ik al meerdere keren in m’n hoofd doorgenomen. Ik weet wat ik neem als ontbijt: twee boterhammen met hagelslag en koffie. Ik weet wat m’n outfit is: kort-kort met m’n Asics Metaspeed Sky. Ik weet dat ik nog anderhalf uur heb voordat we vertrekken. Geen haast, maar er is ook geen tijd voor al te veel getreuzel. Om kwart voor acht rijden we richting Bergen op Zoom. Alles verloopt lekker voorspoedig. Gelukkig maar! Je weet tenslotte nooit of je onverhoopt in een file belandt of iets dergelijks. Bij aankomst hangt er een gemoedelijk sfeertje bij atletiekvereniging Spado. We halen onze startnummers op en drinken nog wat in het clubhuis. Echt druk is het nog niet. De marathon start ruim een uur eerder dan de andere afstanden en ik merk dat ik die rust wel prettig vind. Ik doe m’n racers aan en speld m’n startnummer op. Waar ik gisteren nog best wel wat wedstrijdzenuwen had, zijn die nu totaal verdwenen. Ik vertel mezelf steeds dat ik hier vandaag ben voor een duurloop. Dat is precies de gedachte die me rustig maakt. Ik ben er klaar voor!
1-20: Iets voor half 10 loop ik met nog ongeveer 100 andere lopers richting de startboog op de atletiekbaan en even daarna worden we weggeschoten. Na de eerste kilometer lopen we het bos in en is het gelijk oppassen geblazen. Putten in de weg, dennenappels en ongelijke stukken zorgen ervoor dat ik extra oplettend ben. De uitgestippelde route is echter prachtig en al snel kom ik in de flow en vind ik een ontspannen tred. De eerste 10 kilometer wisselen zich af met bos- en fietspaden. Onderweg hoor ik een loper zeggen dat er bij kilometer 13 een stuk mul zand aankomt. Nou, dat heb ik de rest van de wedstrijd geweten. Het was werkelijk een zandbak waar we doorliepen en het zand liep zo door de ventilatiegaatjes in mijn schoenen. Neeeee!! Zand in je schoenen op kilometer 13. Eerst dacht ik nog dat ik het zand er wel weer uit zou lopen. Dat gebeurde helaas niet en ik merkte al vrij snel dat m’n schoenen hierdoor wat begonnen te knellen. Maar ja, stoppen om het zand uit m’n schoenen te schudden tijdens een marathon? Dat zag ik ook niet zitten. Dus liep ik door. Inmiddels was ik bij de drankpost op kilometer 20 en hoorde ik dat ik eerste dame was. Met een glimlach op m’n gezicht en een goed gevuld flesje liep ik weer lekker verder. Ik was bijna op de helft, m’n benen voelde goed en m’n tempo was redelijk stabiel. Dan weer een wat vlottere kilometer (4’37) en dan weer wat minder vlot door een zandbak of klim. In m’n oren had ik een lekker muziekje en ik genoot! De natuur, de sportieve dag, de goede weersomstandigheden. Alles onder controle.
21-42: De tweede helft van de marathon verliep iets minder rooskleurig. Zo liep ik twee keer bijna fout en werd ik gelukkig bijtijds door een medeloper gecorrigeerd. Een keer liep ik op een bospad een heen en weertje doordat we dachten dat we fout liepen, maar achteraf liepen we toch goed. Grrrrr! De laatste routestruggle had ik op kilometer 35. Daar liep ik richting een landhuis door een prachtige tuin die volgehangen was met linten om het parcours aan te duiden. Voor mij was het meer een doolhof. Ik bleef maar rondjes lopen en dacht op een gegeven moment: Waar moet ik nu naar toe? Gelukkig kwam er toen een andere loper aan en die vertelde hoe we weer verder moesten. Je begrijpt vast dat het zoeken naar de route niet fijn is als je een marathon aan het rennen bent. De combinatie van lopen en het zoeken naar de route zorgde in het tweede deel van de marathon voor het verspillen van wat energie waar ik stiekem wel een beetje van baalde. De laatste kilometers door het bos verliepen gelukkig wel soepel. Daar kwamen de lopers van de verschillende afstanden bij elkaar en dat zorgde voor de nodige afleiding. Inmiddels wist ik natuurlijk wel dat ik als eerste dame zou finishen en toen dat besef kwam gaf me dat wel een heel bijzonder gevoel. Toen ik de atletiekbaan opkwam stond Michel me al op te wachten en zette ik de laatste meters nog een beetje aan richting de eindstreep. YES! I did it!

Finish: Na drie uur en twintig minuten passeerde ik als eerste dame de finish van de Brabantse Wal Marathon. Er werd door de organisatie niet echt acht op geslagen, maar voor het gevoel stak ik beide armen wel even de lucht in toen ik de finish passeerde. Een gevoel van ongeloof en blijdschap! Dit was totaal niet het idee van mijn inschrijving voor deze marathon. Wat bedoeld was als een lange duurloop, eindigde in een marathonzege. En dat terwijl ik me precies aan m’n raceplan had gehouden. Ik had genoten en ik had niet gepusht. Missie geslaagd! In de kleedkamer werd ik gebeld door de reporter van Omroep Zeeland die het bericht van mijn overwinning al had vernomen. Even daarna stond er al een leuk stukje op de website geplaatst. Heel leuk! Na de huldiging op het podium genoten we nog van een hapje en een drankje en was het weer tijd om naar huis te gaan.

De Brabantse Wal Marathon gaat de boeken in als mijn derde marathonzege waar ik met een mooie herinnering aan terugdenk. Of ik hem nog een keer zou lopen? Dat betwijfel ik. In de loop der jaren ben ik meer een asfaltloper geworden. Over 3,5 week de Midzomermarathon in Apeldoorn met een volledig verhard parcours. Nu eerst herstellen en nagenieten, want dat is minstens zo leuk en belangrijk. Hoe mijn herstel er uitziet lees je in de volgende blog. Tot dan!
Liefs, Ada

Plaats een reactie