adaruns.com

Een meisje met een missie!

RUN&EAT: Jezelf ziek lopen

Om maar meteen met de deur in huis te vallen… Ik eet glutenvrij. Dat doe ik nu sinds een maand of vijf. De aanleiding van deze keuze is nogal een spetterend verhaal. Letterlijk dan! Vanaf het moment dat ik ben gaan hardlopen kwam ik met een orkaan in m’n buik thuis en was ik de rest van de dag een uitgewrongen vaatdoek. De reden dat ik dit vieze praatje ga delen? Ik heb veel te lang gewacht, aangekeken, gesukkeld en gemodderd voordat ik doorhad wat de oorzaak was van de ellende.

Eten als een bouwvakker: Al vanaf kinds af aan ben ik een lekkere eter. Ondanks dat ik klein van stuk ben, eet ik als een bouwvakker. In m’n jeugd was dit voor de schooldokter wel zorgelijk. De groeilijnen bleven horizontaal terwijl m’n gewicht netjes in de curves omhoog ging. Dat was geen gezond plaatje en zodoende kreeg m’n moeder wat richtlijnen mee over tussendoortjes en zoetigheid op brood. Aan de hoeveelheid beweging lag het in ieder geval niet. Ik was hele dagen buiten aan het ravotten. De jaren in de pubertijd gingen me beter af. Langzaam schoot ik de lucht in, kreeg ik een gezond gewicht en bleef ik sporten. Achteraf gezien is dat wel het moment geweest waarop ik voor het eerst nadacht over eten en vooral wat ik at. De onrust in m’n darmen begon toen ik startte met hardlopen.

Orkaan in je buik: Al eerder vertelde ik (Blog: Even voorstellen) dat ik ben gaan hardlopen om wat zwangerschapskilo’s te verliezen en hardlopen leek de ideale manier om weer back in shape te komen. Die eerste rondjes liep ik ongeveer zes weken na de bevalling. In eerste instantie vond ik het niet zo raar dat m’n buik, of eigenlijk m’n darmen reageerde op het hardlopen. Ik was tenslotte nog aan het herstellen en het eentonige ritme van hardlopen was mijn lichaam niet gewend. Terwijl ik mijn rondjes qua conditie makkelijk kon uitbreiden, kwam ik regelmatig van een koude kermis thuis. Met hevige buikkrampen en een draaiende buik had ik mijn hardlooptraining weer vroegtijdig afgebroken. Dat gebeurde niet één keer, dat was eerder de regel dan de uitzondering. Rillend van het koude zweet en voorovergebogen van de krampen was mijn enige optie om zo snel mogelijk het toilet in te duiken. Voor je kan wel raden wat…. dat was echt niet oké! De uren daarna voelde ik me naar en verzwakt. Ik kon het niet bevatten… Toen ik de deur uitstapte voelde ik me prima en ná het lopen kon ik geen pap meer zeggen en voelde ik me ziek.

Doktertje spelen: In eerste instantie hechte ik er nog niet zoveel waarde aan. Tot dat het zo vaak voorkomt, dat je er zelf aan begint te wennen en je bewust of onbewust al rekening gaat houden met een slecht scenario. Het is ook niet direct een onderwerp waar ik het met anderen over had. Misschien uit een soort van schaamte of de gedachte dat iemand anders niet zit te wachten op mijn problemen. Ik modderde verder en probeerde zelf voor doktertje te spelen. Zou het misschien liggen aan het tijdstip van eten voor de training? Ligt het aan te veel vezels en kan ik beter wit brood eten in plaats van bruin brood? Zou het drinken van een colaatje de buik rustig maken? Werkelijk, je had me alles wijs kunnen maken en ik had het geprobeerd. Zo nu en dan had ik een betere training of liep ik een wedstrijd zo goed als pijnvrij en dacht ik dat ik de formule gevonden had. Bruine tarwe bollen met Nutella zijn lange tijd favoriet geweest. Helaas bleek dat ook geen garantie voor een zorgeloos rondje rennen en gooide ik deze theorie ook weer in de prullenbak. Uiteindelijk werd ik er moedeloos van. Ik liep dan wel graag, maar dit was het me niet waard.

De diëtist: In oktober 2014 was de maat vol en stapte ik voor de eerste keer binnen bij de diëtist met mijn hulpvraag: “Hoe kan ik sporten zonder naar het toilet te hoeven sprinten?” Na de intake waarin ik mijn situatie uitlegde, stapte ik met een voedingsschema naar buiten. Helaas had ik toen niet de discipline om met haar de zoektocht aan te gaan waar het eigenlijke probleem lag en gooide ik het voedingsschema vrijwel meteen over de schutting. Ik mailde haar met het bericht dat ik graag mijn wijntje bleef drinken en op een feestje een taartje niet wilde afslaan. Hierop kreeg ik (heel begrijpelijk) geen reactie terug en dus ging ik verder op de oude voet.

Op en neer: De jaren die volgden waren nogal turbulent en daarmee schommelde ook mijn motivatie voor het hardlopen. Er waren tijden bij dat ik m’n hardloopschoenen helemaal niet aanraakte en dacht dat ik m’n ei kwijt kon in een les Zumba of ik sprong in het zwembad voor het zwemmen van een paar baantjes. Na enige tijd besefte ik dat een uurtje hardlopen me wél de ontspanning en voldoening gaf die ik zocht en pakte ik het hardlopen weer op. Vol goede moed deed ik mijn trainingen en liep ik verschillende halve en hele marathons. Met het verstrijken van de tijd kwam er meer rust in m’n hoofd en vloog ik niet meer van de hak op de tak. Phoe… dat scheelt een hoop gedoe! Het hardlopen ging me steeds beter af. In de trainingen kwam meer regelmaat en tijdens wedstrijden merkte ik dat steeds fanatieker werd.

De knop om: Het boeken van de marathonreis naar Berlijn vorig jaar was precies het zetje wat ik nodig had om m’n levensstijl aan te passen. Daar wilde ik zo graag een goede prestatie neerzetten dat ik in mei van 2018 besloot er echt voor te gaan. Geen alcohol, geen koffie, regelmatig eten (de schijf van vijf), voldoende rust en trainingsweken van 60 tot 80 kilometer. Het was een prachtige zomer waarin ik aan verschillende wedstrijden deelnam en waarin ik merkte dat ik elke week fitter werd. Steeds meer trainingen gingen zonder buikklachten en ik voelde me sterker en zelfverzekerder worden. Oké, op een warme dag had ik nog wel eens last… maar ja, dat zal dan wel aan de hitte liggen. Ondanks dat ik m’n hardlooprondjes niet meer hoefde af te breken, waren de toiletbezoekjes niet je-van-het. Een bezoekje aan de huisarts volgde, daar was ik tenslotte nog nooit geweest.

Bloedonderzoek: De huisarts concludeerde dat ik wat gevoelig reageer op voeding en dat we hoogstwaarschijnlijk met een prikkelbare darm te maken hadden. Om medisch uit te kunnen sluiten dat er niets anders aan de hand was, werd er een bloedafname gepland waarin onder andere de werking van de schildklier, coeliakie en lactose intolerantie werd getest. De volgende dag kreeg ik de geruststellende boodschap van de assistente dat er niets aan de hand was. Een afspraak met de diëtist was wel aan te raden. “Ja, daar had ik nu net niet zo’n goede ervaring mee.” Ik besloot het verwijsbriefje nog maar even aan de kant te leggen voor een later moment. M’n bloed was tenslotte oké!

Goed, nog één keer dan, nog één keer zet ik m’n beste beentje voor en ga ik naar de diëtist. Dat deed ik in november van 2018. Op één voorwaarde: Als je gaat, dan ga je ook doen wat ze zegt! Zij adviseerde direct het FODMAP-dieet. Een voedingsplan waarbij je alleen prikkelbaararme voedingsmiddelen eet. Dat een paar aanpassingen zoveel impact op mij zouden hebben had ik nooit gedacht.

Ben je benieuwd hoe ik met de diëtist te werk ben gegaan en van mijn klachten af ben gekomen? Wat zij adviseerde en welke impact voeding heeft op mijn hardloopprestaties. Lees dan morgen de blog RUN&EAT: Ik eet glutenvrij!

Liefs, Ada

Plaats een reactie