Yes! Na maanden van trainen is het vandaag zover: De marathon van Zeeuws Vlaanderen! Al vanaf het moment van inschrijven kijk ik uit naar deze dag. Zeker in de wintermaanden vind ik het hebben van een doel een goede stimulans om naar buiten te gaan. Mijn doel voor deze marathon is niet uit de lucht komen vallen, maar is zeker wel ambitieus. Ik doe er niet geheimzinnig over, het is ook niet door specialisten in een donker achterkamertje bedacht. Het is begin dit jaar in m’n gedachten gekomen en is alle trainingen het uitgangspunt geweest: Finishen in een eindtijd die ligt tussen de 3:10- 3:15. Ik neem jullie mee in mijn raceplan.
Start: Om te voorkomen dat ik als een malle van start ga (in de stroom van alle enthousiaste lopers) kijk ik zeker in de eerste kilometers naar het tempo. De eerste kilometers gebruik ik dan ook als verlengde warming-up. Ik loop de benen soepel, realiseer me dat we echt zijn begonnen en probeer na het startschot m’n focus op de wedstrijd te richten.
Watertje?: De drankposten zijn bij een marathon altijd goed verzorgd. Bij elke 5 kilometer is er water en hoe verder je in de wedstrijd komt, hoe breder het assortiment wordt: sportdrank, fruit, winegums, cola, bouillon. De zin in zoet of zout kan je zomaar overvallen tijdens een marathon. De eerste 15 kilometer zal ik de vrijwilligers die hun bekers aanreiken vriendelijk voorbij rennen. Dan drink ik nog van de drinkmix van Maurten. Vanaf kilometer 20 pak ik bij elke post een beker water in combinatie met een gel.
Race: Als de eerste kilometers gelopen zijn, breng ik het tempo naar 4’30 per kilometer en loop ik zo vlak mogelijk. Dit is het tempo waar ik de wedstrijd in wil volbrengen. Of in ieder geval tot kilometer 30. Het mooiste zou zijn als ik in een soort flow kom waarbij je een lekker ritme hebt en het lopen vanzelf gaat.
Erop of eronder: Het is een cliché en toch is het echt waar: De marathon begint bij kilometer 30. Vanaf dan zal blijken hoe de wedstrijd zal gaan ten opzichte van mijn doel. Als de benen ná 30 kilometer goed voelen houd ik het tempo vast of doe ik er nog een tandje bij. De achterliggende gedachten is om een negatieve split te lopen. Het tweede deel loop ik dus relatief sneller dan het eerste deel. Dit vind ik prettig, omdat je beter gaat lopen in plaats van steeds iets toegeeft op je tempo.
Plan B: Wat als de race niet zo gaat als dat ik hoop? Wat als m’n plan in het water valt? Ik zal niet ontkennen dat die gedachten ook wel eens door m’n hoofd spoken. Als tijdens de wedstrijd blijkt dat ik echt m’n dag niet heb en het beoogde tempo niet kan lopen, dan blijf ik GENIETEN! Er komen nog zoveel andere evenementen waarin ik m’n plannetjes kan uitvoeren. Zo nuchter ben ik dan ook weer!
Laat de marathon maar beginnen! Tijd om naar Terneuzen te gaan en m’n strijdplan uit te voeren. Ik hoop dat het een mooie sportieve dag wordt en of ik vandaag m’n PR ga verbeteren? Dat weten we vanmiddag!
Liefs, Ada

Geef een reactie op Orpa Reactie annuleren